‘Ik voel ’m nog niet komen’

Rebekka de Wit (°1985) – theatermaakster, schrijfster, essayiste, columniste – wordt soms tegen wil en dank het boegbeeld van ‘the new sincerity’ van de Lage Landen genoemd, maar als ‘nieuwe ernstige’ haalt ze naar eigen zeggen het meeste inspiratie uit comedians. Willem de Wolf (°1961), lid van Cie de Koe, begon theater te maken in de jaren ’80 – het decennium van de ironie –, schreef ooit als lid van het duo Kas & de Wolf met Desperado een heuse theaterkomedie-hit, maar verlangt in toenemende mate naar ernst.

Rebekka vroeg Willem om haar te coachen voor de voorstelling Presentatie van een ongecensureerd moppenboek. Samen schreven ze ook net de theatertekst ForsterHuberHeyne. Hun samenwerking overbrugt een generatiekloof van drie decennia, maar ze delen een gevoel voor humor, en dus ook voor verdriet. Beiden lachen graag met elkaar. Ook als ze geen moppen maken. En beiden worstelen even geestig met de ondraaglijke lichtheid en droevige ontoereikendheid van humor.

Waarom is humor een netelig onderwerp, Willem?

Er is in het algemeen veel druk, vind ik, om grappig te zijn.

De Wolf: ‘Ten eerste is er meteen toch die druk: we gaan het over humor hebben, dus het moet grappig zijn. En dan de angst: wat als het geen grappig interview wordt? Er is in het algemeen veel druk, vind ik, om grappig te zijn. Humor als glijmiddel voor inhoud. Ik vraag me echt af: waarom moet altijd alles geestig zijn? Ik herken het bij mezelf ook. Ik lees iets voor dat ik net geschreven heb, dan toch altijd de hoop: zijn er gniffels?’

De Wit: ‘Als stuivers die je toegeworpen krijgt.’

De Wolf: ‘Ook tijdens een voorstelling vraag je je steeds af: gaat het goed? Onder acteurs is er een enorme fixatie op de lach in de zaal, omdat die veel duidelijker is dan de stiltes. Het probleem is: je kan niet horen wie er niet lacht, laat staan daar iets uit afleiden. De zaal is niet in staat om te laten zien waarom ze niet lacht. Is dat uit protest? Uit stille appreciatie? Hoe vaak hoor je niet: “We hebben enorm gelachen, maar inhoudelijk stelde het niet veel voor.” Dat kan de zaal niet uiten. Dat wantrouwen gaat nooit weg, daar heb ik altijd last van. Inhoud en humor zijn toch twee krachten die volgens mij niet automatisch samengaan.’

De Wit: ‘Maar die ook ten onrechte gescheiden worden. Humor wordt vaak gezien als tegendeel van diepgang. Voor mij komt lachen lichamelijk van dezelfde plek als huilen.’

De Wolf: ‘Maar het huilen wordt ook gewantrouwd. Omdat het sentimenteel kan zijn. Ook ontroering wantrouw ik. Die van mij en die van anderen.’

Wat is daar verdacht aan, aan ontroering?

De Wit: ‘Na The Broken Circle Breakdown, die film, voelde ik me toch emotioneel aangerand. Natuurlijk kan ik niet anders dan kapot gaan bij een kind dat kanker heeft. En tegelijkertijd denk ik: als het de bedoeling was om mij kapot te laten gaan, daar heb ik het leven al voor. Maar waarom wantrouw jij sentiment?’

Wil een nar echte invloed hebben, moet er dan niet vooral een moment komen na de grap?

De Wolf: ‘Gemakzucht wellicht. Dan heb je waarschijnlijk niet lang genoeg nagedacht, denk ik dan. Sentiment heeft toch een zekere oppervlakkigheid. Terwijl ik die emotie echt goed ken. Bij rampen op tv: huilen. En tegelijk wantrouw ik dat ik daarom moet huilen.’

Al is lachen wel een heldere vorm van communicatie tussen maker en publiek. De lach geeft te kennen: ik heb het begrepen.

De Wolf: Ja, maar wat? Wat heeft een zaal begrepen die de hele avond heeft gelachen?

De Wit: ‘Ik ben heel erg fan van Louis C.K. Als ik naar z’n filmpjes kijk, dan lach ik niet per se, en toch is het grappig. Het zit ’m ook in z’n snedigheid, hoe een anekdote bij hem toch ook een parabel wordt. Zo vertelt hij hoe hij in het vliegtuig zit, er wordt aangekondigd dat er sinds kort wifi is. Naast hem zit iemand op z’n computer, de wifi valt uit, dat wordt omgeroepen met excuses erbij, waarop de man naast hem zegt: “Fuck this bullshit!”. Louis C.K. reageert: “How quickly the world owes him something he knew existed only 10 seconds ago!” Hij krijgt daar een opendoekje voor. Dat is geen grap, dat is een inzicht. En daarna: “You’re sitting in a chair in the sky.” En er wordt weer geklapt. Ergens vind ik dat best wel een hoopvol geluid.’